Notities uit het hart van rattenetend Vlaanderen

Over de teen van een verbijsterde poolreiziger, de nobele kunst van het pleinairisme, afwijken van het pad, het monster in de kelder, en muskusrat met patersbier

 
 

Vlassenbroek, Baasrode - studie 02 (2025) © Geert Huysman

 
 

1. JE ERGSTE VIJAND

Halfbevroren vingers. Als ik iets haat aan landschapsfotografie, dan is het wel de pijnlijke onderkoeling van persoonlijke extremiteiten.

Ik sta hoog op de dijk van Vlassenbroek, wapperend met beide handen in de mist, in de ijdele hoop een minimum aan doorbloeding weer op gang te krijgen. Bijtend koud is het. Alleen al het opzetten van mijn statief ontlokt me een zacht gejank.

Huid die blijft kleven aan diepgevroren aluminium:
je wenst het je ergste vijand toe.

De eerste minuten in de vrieskou zijn altijd het ergst. Daarna volgt die bizarre mix van pijn en gevoelloosheid. Alsof je vingers zich één voor één losmaken van je lichaam: ze bewegen wel, maar ze zijn niet langer van jou.

 

Vlassenbroek - Study 03. Baasrode, Belgium (2025)

 

(En nu vooral niet denken aan het verhaal
van die verbijsterde poolreiziger die
bij het wisselen van zijn sokken
plots een grote teen in de hand had.)


2. ABSINT EN LAUWE KOFFIE

Vlassenbroek is een charmant gehucht: het hangt aan Baasrode, dat op zijn beurt weer een deelgemeente is van Dendermonde (ja, hier in Vlaanderen wéét men wat fuseren is). Vandaag wordt het vooral bezocht door fietsers en wandelaars, maar eind 19de, begin 20ste eeuw was het een bekend kunstenaarsdorp. Landschapsschilders van de latere Dendermondse school ¹ vonden hier inspiratie in het natte, laaggelegen polderlandschap.

De heren kunstenaars bleven zelden hangen in hun atelier. Als pleinairisten pur sang trokken ze het — op zich weinig spectaculaire — landschap in om de nuances van het daglicht en de wisselende atmosferische omstandigheden ter plekke te zien en vast te leggen. Hun manier van werken verschilt nauwelijks van die van de landschapsfotograaf: wachten, kleumen en jezelf wijsmaken dat dit je roeping is.

Ik stel moeizaam het gewenste diafragma in en troost me met de gedachte dat anderhalve eeuw geleden, op een andere kille winterochtend, hier mannen met baarden en ezels stonden, vloekend op dode vingers.

Of hun ellende eindigde met een artistiek verantwoord glas absint, die groene muze die wanen schilderde in het hoofd van Van Gogh, weet ik niet. Ik moet het stellen met een thermos lauwe koffie.


3. DE ROES VAN HET RISICO

De belofte van tegenlicht, en een trapje naar beneden, lokken me de dijk af. Een boerenwegel, zompig ondanks de vrieskou, brengt me naar een kouterbosje dat mooi silhouetteert tegen de ochtendnevel. De stammen tekenen zich scherp af tegen de melkachtige lucht.

Paden als dit hebben me altijd gefascineerd. Als kind gunden ze me de eenzaamheid die ik nodig had om mijn wildste fantasieën de vrije loop te laten. Ik kon er ongegeneerd transformeren tot struikrover of ridder van de Ronde Tafel. Vandaag brengen ze mijn geteisterde geest tot rust.

Een pad is een eerdere interpretatie van de beste manier om een landschap te doorkruisen, schreef Rebecca Solnit. ² Een mens bewandelt vaak het gebaande pad. Uit gemakzucht, maar ook omdat het in onze natuur ligt te volgen wat anderen ons hebben voorgedaan.

Een pad is niets anders dan een in de aarde ingesleten traditie, ooit begonnen met een aarzelende voet in het natte gras. Het is de cumulatieve geschiedenis van elke zool of hoef die ooit de ondergrond heeft aangestampt.

Afwijken van het pad biedt zijn eigen verleidingen: het houdt de belofte in van onverwachte uitzichten, van details die niet in de routebeschrijving staan. En uiteraard is er de roes van het risico: misschien verdwaal je en wordt je eindbestemming de plek waar je nooit aankwam.

 

Vlassenbroek, Baasrode - studie 01 (2025)

 
 

4. CECI N’EST PAS UN LAPIN

Vlassenbroek is bekend tot over de landsgrenzen. Niet omwille van zijn penseelridders van de open lucht – die kent niemand meer, behalve misschien een bestofte curator – maar om een gerecht dat intussen verboden is: waterkonijn.

Wie spontaan denkt aan lange oren en wipstaartjes, vergist zich.

Ceci n’est pas un lapin: ‘waterkonijn’ was in feite een eufemisme — genre opwaardeer-de-poetsvrouw-tot-sanitair-deskundige — voor muskusrat.

Het begon allemaal met ene Delphine Lambrecht, uitbaatster van Café ’t Vissershof in Vlassenbroek. Zij was het die begin jaren ’70 een stoofpotje van muskusrat met patersbier aan haar klanten begon te serveren. En dat viel blijkbaar erg in de smaak. (Rare jongens, die Vlamingen.)

Een reportage in het populaire BRT-televisieprogramma Echo deed de rest (er was in die dagen niet veel anders op tv). Vlassenbroek werd van de ene dag op de andere the talk of the town. Kranten en tijdschriften verdiepten zich in dit toch wel bijzondere culinair-antropologische fenomeen, en nog voor je v-i-r-a-a-l kon spellen, landden de eerste buitenlandse tv-zenders in het dorp teneinde de Vlaming rattenboutjes te zien afknagen.

Ik was zes of zeven in die dagen en geschokt tot in het diepste van mijn ziel. De muskusrat was in mijn kinderbrein niet zomaar een rat: het was een superrat, dodelijk gevaarlijk en extreem agressief. Alleen al het woord bezorgde me koude rillingen. ³

 

Vlassenbroek, Baasrode - studie 04 (2025)

 
 

5. KRIJSEND NAAR HET GEZICHT

De muskusrat is verantwoordelijk voor een van de grote trauma’s uit mijn jeugd. Dit zijn de basiselementen van het verhaal:

  1. een muskusrat die per ongeluk in onze kelder verzeilt en daar met geen stokken meer uit te krijgen is;

  2. een heldhaftige poging van onze pa om het beest dood te slaan met een spade;

  3. de rat die, in een reactie daarop, krijsend naar zijn gezicht springt;

  4. een — ongeregistreerd — wereldrecord trappenlopen en een deur die wordt dicht geslagen met een klap die het hele huis doet trillen;

  5. allesverlammende angst terwijl ik, verscholen achter een rode keukenstoel, naar de kelderdeur staar (zal het monster zich een weg doorheen het hout knagen?);

  6. de opluchting diezelfde avond wanneer we de val horen dichtklappen die mijn vader van een bevriende boer heeft geleend;

  7. het lijkje dat triomfantelijk naar boven wordt gedragen;

  8. in de weken daarna: de nachtmerries.



6. MAAR DIT TERZIJDE

Ik blijf hangen bij een jonge zilverberk. Hij draagt zijn albinisme met de waardigheid van een bleke aristocraat.

De winter is zijn ware biotoop. Eenmaal alle kleur uit het landschap is weggelekt, blijft hij over zoals hij bedoeld is: een krijtwitte bast van slecht gezet stucwerk onder een wirwar van schriele takken. Een ton-sur-ton van loslatende schors en hemelgrijs.

Geen zilverberk trouwens die ooit uitkijkt naar de lente, wanneer zijn sappen op hol slaan en hij bij het minste letsel bloedt als een hemofiliepatiënt.

Maar dit geheel terzijde.

 

Vlassenbroek, Baasrode - studie 05 (2025)

 
 

7. BUSLADINGEN RATTENETERS

In een artikel in het magazine De Post van mei 1972 vertelt Delphine hoe het allemaal begon. Op 11 november 1969, ze weet de datum nog precies, zegt haar schoonbroer dat hij van rattenvanger Sooi Steeman gehoord heeft dat muskusrat best lekker is. “Breng me d’er eens twee”, heeft hij gevraagd. Delphine is niet meteen enthousiast, maar die avond zit er nog laat volk in het café. De bakker en zijn schoonzoon vragen of ze soms niets te eten heeft. “Ik heb iets fijn voor jullie”, belooft Delphine. “Wild konijn.”

De twee likken er hun duimen en vingers bij af en gaan tevreden huiswaarts. Pas de volgende dag verklapt Delphine aan de bakker wat hij eigenlijk heeft gegeten: “’t Was geen konijn, ’t was muskusrat.” De bakker en zijn schoonzoon hollen niet naar het ziekenhuis om hun maag te laten leegpompen. Integendeel, ze komen terug voor meer.

Wat begint als een grap groeit al snel uit tot een vast ritueel in ’t Vissershof. Elke zaterdag vanaf 21 uur organiseert Delphine een gratis souper van wat ze intussen eufemistisch waterkonijn noemt. Mond-aan-mond-reclame zorgt ervoor dat hele busladingen Vlamingen — op de duur zelfs “vanuit Brussel” — naar het café afzakken. Delphine, moeder van acht, zegt dat ze er niets aan verdient, behalve dat de mensen “hun buikje vol eten en een flinke pint drinken”.

Het artikel beschrijft ook het werk achter de schermen: twee plaatselijke rattenvangers zetten fuiken en klemmen en leveren de dieren aan. Op hun neerhof stropen ze de pelzen af. De achterbouten — “niets dan de achterbillekes, en soms een schoon stukske uit de rug” — worden verzameld in een propere plastieken emmer die vervolgens richting Delphines keuken gaat.

Over haar recept doet Delphine erg geheimzinnig (“anders maken ze straks allemaal waterkonijn”), maar de journalist kijkt mee en noteert het bijna stap voor stap: ze fruit de stukken in boter, kruidt met curry, peper, zout en muskaatnoot, laat alles trekken in een grote ketel met laurier en ajuin, voegt suiker toe en voor de saus giet ze er donkerbruin patersbier bij.

Op de vraag of ze niet bang is voor ziekte, antwoordt ze laconiek dat de muskusrat “alleen groen eet”, en bovendien: haar klanten komen altijd levend en wel terug.

 

Vlassenbroek, Baasrode - studie 06 (2025)

 
 

8. MIST EN KOU

Ik klim terug de dijk op, omhuld door een zeldzame stilte. Het gebrek aan omgevingsgeluid is bijna tastbaar. Er is alleen maar licht en nevel die traag over de velden rolt.

Een gevoel van nostalgie overvalt me. Dit is het Vlaanderen van mijn jeugd: polders en meersen die ’s winters transformeren in een ademend tapijt van mist en kou; tot op het bot verkilde voeten en het — verloren gewaande — gevoel alleen te zijn.

En muskusratten.

Meer dan dertig jaar lang zet Delphine muskusrat op tafel voor haar klanten. In 2001, na een inval van de veterinaire keuring in ’t Vissershof, komt daar abrupt een einde aan. Het serveren van waterkonijn is sindsdien verboden.

In de provincie Oost-Vlaanderen, waar Vlassenbroek ligt, is het aantal muskusratten intussen verdubbeld. Of er een rechtstreeks verband is, weet ik niet.

Tekst & Foto’s: Geert Huysman

 


Voetnoten

  1. Isidore Meyers, Adriaan Jozef Heymans, Théodore Baron, Jacques Rosseels en Florent Crabeels.

  2. Rebecca Solnit, Wanderlust: A History of Walking. New York: Viking, 2000.

  3. Hoewel het dier eigenlijk tot de familie van de woelmuizen behoort en in principe dus een uit de kluiten gewassen hamster is.


Slenterzucht is een platform voor verhalen, essays en fotografie over plaats, landschap en onderweg zijn.

Verder lezen:

Nieuwe verhalen verschijnen ook via de nieuwsbrief.

Volgende
Volgende

Ecume de mer