Terra incognita, baby
Over wormstekige kastjes, premature ejaculaties en trampolines in de achtertuin
Blaasveldbroek, Willebroek (2023) © Geert Huysman
Ik ben een oud kastje aan het schilderen. Dat staat al drie decennia zo donkerbruin als een kroeg te wezen in mijn woonkamer. Niets mis met dat kastje. Ik vind het goed zoals het is. Maar K. zegt dat de boel bij ons er toch wat verlept begint uit te zien. Ze overweegt een meer Scandinavische look, zegt ze. Dat zal wat frisser ogen, meent ze. En rustgevender, hoopt ze. God weet dat we allebei wat meer zen in ons leven kunnen gebruiken.
Stap één richting scandinavisering: dat oude kastje, wormstekig als het is, moet zachtgroen worden. Ik ga schoorvoetend aan de slag met een krijtverf in de kleur Coolabah Green, aangelengd met een scheutje water — dat schijnt beter te smeren.
Ik zit te denken aan dat moment in de mist een paar weken eerder, aan die illusie van een onbewoond Vlaanderen. En dan gebeurt het. Je kent dat wel: je hersenen drijven even weg en — pats! — een plotse vonk tussen twee sluimerende synapsen. Een volwaardige ingeving kan je het niet noemen, misschien eerder de prematuur geëjaculeerde versie van de aanzet tot. Een paar seconden later weet je nauwelijks nog wat het was.
Alleen, deze blijft hangen.
Tijdens de derde laag Coolabah — dat spul dekt van geen kanten — zit ik er nog aan te denken. Dat ik op mijn rijpe leeftijd (laten we dààr maar niet over uitweiden) eigenlijk nog maar weinig van mijn eigen regio heb gezien. Vlaanderen is grotendeels onbekend terrein voor me. Terra incognita, baby.
Ik ken een paar grote steden vrij goed. De kust, ja, daar kom ik wel vaker. Ik zag een flard Kalkense Meersen, een sliertje Hobokense polder, enkele meersen langs de Schelde… Dat is het zo ongeveer.
Nou ja, er was ongetwijfeld meer.
Maar niet zoveel meer.
Terwijl ik onder de keukenkraan het groen van mijn vingers spoel, vraag ik me af of ik dat zo erg vind.
Het antwoord is neen.
Ik loop niet zo erg hoog op met die versnipperde, kapot verkavelde nevelstad die Vlaanderen is. Ik woon in een land van betongrijze steenwegen en lintbebouwing tot aan de einder. Verziekt en verscheurd door decennia van ondoordacht bestuur. Een land van koterijen en achtertuinen met trampolines. Vlaanderen is lelijk en saai.
En de Vlaming? Nou ja, ik ben er zelf één.
Tekst & foto: Geert Huysman
Deze tekst verscheen eerder in de
Slenterzucht Nieuwsbrief