Notities uit Antwerpen
Over heren op leeftijd, het clubblad van Theo’s en Theofielen, glanzende eenden, knorrige oude wijven en de plek waar onze hersenen en het universum elkaar ontmoeten.
Met de trein van Gent Dampoort naar Antwerpen-Centraal. Mijn fotografiestudenten gaan er werken aan een opdracht rond kleur en compositie. Is je beeld even sterk in zwart-wit, dan draagt kleur de compositie niet. Met die wijsheid stuur ik hen straks de sinjorenstad in.
Recht tegenover mij leunt een ouderwetse leren boekentas tegen de dij van haar besnorde eigenaar. Voor meneer had ik graag de uitdrukking ‘op leeftijd’gebruikt, maar daar ben ik de laatste tijd voorzichtig in geworden. Steeds vaker moet ik vaststellen dat heren die mij op leeftijd lijken eigenlijk jonger zijn dan ik, wat uiteraard pleit voor de jeugdige viriliteit van mijn voorkomen, maar eveneens inhoudt dat mijn persoonlijke toestand ook niet meer zo piep is.
Mijn reisgenoot leest een ouderwets papieren magazine dat ik niet ken: Otheo. Een bedrijfspublicatie misschien, of het clubblad van Theo’s en Theofielen.
Hé Theo, zag je de laatste Otheo al?
Neen Theofiel, de kans nog niet gehad.
ChatGPT haalt me uit de waan. Otheo is een magazine over geloof en spiritualiteit, uitgegeven door de Vlaamse katholieke kerk. Ik bekijk mijn metgezel met nieuwe ogen. Je ziet ze niet elke dag tussen Gent en Antwerpen: snorremannen met een zucht naar zingeving. Bij aankomst laat hij het tijdschrift achter in de trein, verzadigd van nieuwe spirituele energie, of niet gevonden wat hij zocht, dat kan ook. Ik kom in de verleiding het mee te nemen voor mezelf, maar het boekje is te groot voor mijn cameratas, ik zou het de hele avond in de hand moeten dragen. Bij nader inzien kan ik nog wel even verder zonder zingeving.
Met mijn studenten trek ik de stad in, zij op zoek naar kleur, ik naar niets dat ik al niet eerder heb gezien. We lopen vol verwachting de bekende Chinese wijk in, maar meer dan een donker, somber straatje is dat eigenlijk niet, met hier en daar een glanzend geroosterde eend in een vitrine. De groep zwermt uit en zoekt elders het fotografisch walhalla. Ik zwerf van de ene student naar de andere — hier een nuttige tip, daar een didactisch verantwoord knikje — en beland op het De Coninckplein, bekend van z’n maandelijkse boekenmarkt en, volgens de krant, van de vele verslaafden die er rondhangen. Drugs en literatuur: een niet geheel ongewone combinatie, al zal je hier waarschijnlijk niet veel Otheo-abonnees ontmoeten.
Ik loop wat rond, maar ondanks de reputatie is het een plein als een ander. Een café, een nachtwinkel, hier en daar een duister figuur, maar waar kom je die niet tegen? Wat verderop, in een inhammetje, installeert een vluchtelingengezin zich voor de nacht: vader, moeder, twee kleine kinderen en enkele kartonnen dozen. Welkom in het paradijs. Via een ommetje keer ik terug naar het station. In een steegje ontmoet ik haar, de Vlaamse Christiane F. Ze is ouder dan de oorspronkelijke, draagt een vies trainingspak en vraagt of ik soms wat geld voor haar heb. Maar wie heeft tegenwoordig nog cash op zak? Schouderophalend stapt ze verder, richting de andere kinders van ’t Centraol. 1 In stilte neem ik me voor om die goede oude bankautomaat toch wat vaker te frequenteren.
In de inkomhal staan de studenten reeds op me te wachten. Ik was van plan ze de nacht in sturen met een citaat van Paul Cézanne — Kleur is waar onze hersenen en het universum elkaar ontmoeten — maar ze zien er te vermoeid uit, creativiteit op commando kost energie, dus laat ik het maar zo. We nemen afscheid. Nog een plasje en dan de trein naar huis. Het openbare toilet in het station heet tegenwoordig Toedeloe, maar dan in de hippe Engelse versie: 2theloo. Je gooit er niet langer bij een knorrig oud wijf een euro in het schaaltje, maar presenteert je bankkaart aan een flitsend scherm om toegang te krijgen tot het pissijn.
Als was het een nagedachte heeft men boven die coole nieuwe merknaam toch ook een dwars bordje met de letters ‘WC’ gehangen. Dit ten behoeve van de minder woordspelige reiziger met aandrang.
Tekst & Foto: Geert Huysman
Deze tekst verscheen eerder
in de Slenterzucht nieuwsbrief
(1) Beetje obscure verwijzing naar Wir Kinder vom Bahnhof Zoo (1978), het boek waarin Christiane Vera Felscherinow — Christiane F. — haar jeugd als heroïneverslaafde in West-Berlijn beschrijft